De menselijke maat bij digitalisering van het recht
Het recht wordt in hoog tempo digitaler. Procedures verschuiven naar online omgevingen, regels worden steeds vaker in systemen vastgelegd en beslissingen volgen digitale routes. Dat levert snelheid en efficiëntie op. Tegelijkertijd roept het een fundamentele vraag op: hoe zorgen we ervoor dat het recht in die beweging menselijk blijft?
Die vraag was voor mij een belangrijke reden om het bestuur in te gaan. Ik wilde actief bijdragen aan het gesprek over de toekomst van het werk van de gerechtsdeurwaarder. Door recente ontwikkelingen is die vraag urgenter dan ooit. Voor mij komt dat samen in een thema dat steeds meer richting geeft aan mijn portefeuille: de gerechtsdeurwaarder in 2035.
In deze jaren leggen we de basis voor hoe het ambt zich richting 2035 verder ontwikkelt en welke rol de gerechtsdeurwaarder daarin vervult. Welke positie nemen we in binnen een rechtspraktijk die steeds digitaler wordt? En hoe zorgen we ervoor dat technologische vooruitgang verbonden blijft met de werkelijkheid waarin wij dagelijks werken?
Wat er dit jaar speelt
Dit jaar zijn we een volgende fase ingegaan in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Naar een beter werkende schuldenketen. De verkenning ligt er, nu volgt de uitwerking. Over het collectief afbetalingsplan en de zorgplicht werken we toe naar concrete adviezen richting de Tweede Kamer.
Uiteindelijk gaat het niet over beleid, maar over de gevolgen voor mensen in de praktijk. Wie dagelijks in het vak staat, weet hoe groot het verschil kan zijn tussen een goedbedoelde regel en de uitwerking daarvan aan de keukentafel. Die praktijkervaring moet in deze fase worden benut.
Toegang tot het recht
Die zorgen leven breder. Onlangs heeft de KBvG deze, samen met andere organisaties, vastgelegd in een gezamenlijke brief aan de formerende partijen. Daarin is benadrukt dat verdere digitalisering alleen werkt als de toegang tot het recht voor iedereen daadwerkelijk gewaarborgd blijft.
Tegelijkertijd zet de digitalisering van het recht stevig door. Regels en procedures worden steeds vaker online ingericht, mede onder invloed van Europese ontwikkelingen. Dat is vaak logisch en soms noodzakelijk, maar het tempo ligt hoog. Ook de rechtspraak zet stappen richting verdere digitalisering, bijvoorbeeld bij procedures die nu nog grotendeels op papier verlopen. Dat kan efficiënt zijn, maar brengt ook risico’s met zich mee. In de praktijk blijkt dat niet iedereen daarin even gemakkelijk zijn weg vindt.
De gerechtsdeurwaarder als menselijke schakel
Wat deze ontwikkelingen gemeen hebben, is dat het recht zich steeds meer digitaal organiseert. Dat biedt kansen. Zaken kunnen efficiënter verlopen en informatie kan beter worden gedeeld. Tegelijkertijd zie ik, vanuit de praktijk, waar het schuurt. Digitalisering is een middel, geen doel op zich. Daarom zie ik voor de gerechtsdeurwaarder een centrale rol als verbindende schakel tussen digitale processen, wettelijke regels en de menselijke realiteit. Als het doorschiet, dreigt afstand te ontstaan tussen regels en mensen.
Dan wordt duidelijk wat het werk van de gerechtsdeurwaarder betekent. Wij werken binnen wettelijke kaders, maar komen ook bij mensen thuis. We zien wat een beslissing, een brief of een procedure in het echte leven betekent. Daarom blijft het ambt van waarde in een tijd waarin steeds meer via schermen en systemen loopt. Achter elke digitale stap zit een mens van vlees en bloed. En die werkelijkheid laat zich niet altijd vangen in een procesbeschrijving.
Menselijkheid laat zich niet digitaliseren
2026 kan een jaar worden waarin zichtbaar wordt dat digitalisering en toegang tot het recht prima samen kunnen gaan, mits we het zorgvuldig organiseren. Voor ons ligt daar een duidelijke rol: scherp volgen wat werkt in de praktijk en tijdig bijsturen waar knelpunten dreigen, zodat mensen niet vastlopen.
Uiteindelijk gaat het erom dat het recht niet alleen efficiënt is, maar ook rechtvaardig blijft. Dat is waar het ambt van gerechtsdeurwaarder, ook in een digitale tijd, zijn waarde behoudt.