De overheid moet aan zijn verplichtingen voldoen en daarom is het maar goed dat de onafhankelijke gerechtsdeurwaarder er is.
Een toeslagouder claimde een fikse vordering op het ministerie van Financiën. Dat ministerie betwistte de vordering en betaalde dus niet. Net als voor andere vorderingen kan dan de gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld.
De gerechtsdeurwaarder is een ambtenaar, maar is onafhankelijk van de Staat. Belangrijk is dat voor de gerechtsdeurwaarder de zogenaamde ministerieplicht geldt. Iedereen die op de gerechtsdeurwaarder een beroep doet heeft recht op zijn diensten, ook al is het een opdracht tegen de rijksoverheid of een lager orgaan. De deurwaarder moet meewerken, maar is wel aan beperkingen gebonden. De wet heeft het over de zogenaamde goederen die bestemd zijn voor de openbare dienst die niet in beslag mogen worden genomen. Acties van schuldeisers mogen het functioneren van overheden niet doorkruisen: geen beslag op de dienstauto van een minister of bijvoorbeeld het regeringsvliegtuig.
Beslag is dus wel mogelijk, maar de mogelijkheden worden beperkt. Gerechtsdeurwaarders zullen dus inventief moeten zijn om iets te vinden wat wel in beslag te nemen is, om op die manier te zorgen dat de schuldeiser zijn recht krijgt. Deze toeslagouder koos een high profile object: een kunstvoorwerp bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Uiteindelijk sneuvelde de zaak op inhoudelijke gronden en kwam de rechter niet toe aan de vraag of het beslag in deze casus was toegestaan.
De vraag die na deze casus weer blijft hangen is of er niet een (betere) regeling zou moeten komen voor toegewezen vorderingen tegen de Staat. Wat zijn uw gedachten daarbij?