Waarom dit vak blijft trekken
Wat mij nog steeds aanspreekt in dit vak, is hoe afwisselend het is. Je begint de dag met een dossier en verdiept je in de juridische kant. Een paar uur later sta je bij iemand op de stoep en voer je een gesprek dat je niet kunt voorbereiden.
Je hebt een duidelijke taak en werkt met mensen en hun situatie, wat het werk interessant maakt. Je moet weten wat je doet en hoe je het brengt, en dat leer je niet alleen uit boeken. De opleiding vormt het begin, waarna je je verder ontwikkelt in de praktijk.
Op bezoek bij de Hogeschool Utrecht
Op 14 april was ik bij de Hogeschool Utrecht. Ik sprak daar met Jos Rutten over de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder. We hebben gekeken naar de opbouw van het programma en de inhoud van de vakken.
De opleiding duurt vier jaar en bestaat uit 240 studiepunten. Ongeveer de helft daarvan is gericht op het vak zelf. De andere helft bestaat uit onderdelen die horen bij een algemene HBO-rechtenopleiding. Studenten krijgen een juridische basis en leren hoe het werk er in de praktijk uitziet.
Van kennis naar handelen
Wat mij opviel, is hoe nadrukkelijk de praktijk is ingebouwd.
Een onderdeel waar we wat langer bij hebben stilgestaan, is het vak ‘ambtshandelingen in de praktijk’. Ambtshandelingen zijn de officiële handelingen van de gerechtsdeurwaarder, zoals het betekenen van een dagvaarding of het leggen van beslag. Studenten werken in een leerwerkplaats en oefenen wekelijks met casussen. In een periode van ongeveer zestien weken komen verschillende situaties voorbij, van eenvoudige handelingen tot complexere opdrachten.
Dit vak beslaat een half jaar en is goed voor 30 studiepunten. Studenten werken toe naar een assessment waarin zij aantonen dat ze klaar zijn om aan de opleidingsstage te beginnen.
De studenten moeten onder andere laten zien dat zij een betekeningsroute zelfstandig kunnen doorlopen, van voorbereiding tot uitvoering en verslaglegging. Ze leren beslissingen nemen, juridische vragen analyseren en omgaan met situaties aan de deur. Ook is er aandacht voor het omgaan met agressie en voor ethische afwegingen in het werk. Dat maakt het vak breed en herkenbaar voor de praktijk.
Voor kantoren betekent dit dat stagiaires al een goede basis hebben als ze beginnen aan de stage. In de eerste periode op kantoor krijgen zij begeleiding en leren zij hoe zij hun kennis toepassen in echte situaties.
Van Teekens naar nu
Tijdens het gesprek kwam ook de ontwikkeling van de opleiding ter sprake. Voorheen werd deze verzorgd door de Teekens Stichting. Inmiddels is de opleiding ondergebracht bij de Hogeschool Utrecht.
Die verandering heeft de opleiding toegankelijker gemaakt en beter laten aansluiten op het hoger onderwijs. Studenten kiezen bewuster voor het vak en komen vanuit verschillende richtingen binnen. Dat past bij hoe het vak zich ontwikkelt.
Blijven aansluiten op de praktijk
Wat ik meeneem uit het bezoek, is dat de basis goed is. Studenten krijgen een stevige opleiding en maken kennis met de praktijk voordat ze beginnen.
De aandacht gaat nu uit naar de aansluiting. Wat iemand leert op school moet herkenbaar zijn op kantoor. Ervaringen uit de praktijk moeten ook terugkomen in de opleiding.
Goed contact en duidelijke afstemming helpen daarbij. Als beroepsgroep hebben we daar een rol in. Zo zorgen we ervoor dat nieuwe collega’s goed beginnen en zich verder ontwikkelen in het vak.