Schuldenwijzer is een platform dat mensen met schulden een eenvoudig, beveiligd en online inzicht geeft van de eigen schulden en daarbij horende informatie.
Juridisch nieuws
Klacht tegen (kandidaat-/toegevoegd) gerechtsdeurwaarders. Executie dwangbevelen. Gelijktijdig beslag leggen op bankrekeningen bij twee verschillende banken. Misbruik BRP. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder was bevoegd buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten. De gerechtsdeurwaarder hoeft geen machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij namens de opdrachtgever optreedt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
Alvorens het betekenen van de dagvaarding heeft de gerechtsdeurwaarder de naam en adresgegevens van klaagster in het handelsregister van de Kamer van Koophandel gecontroleerd. Nu deze gegevens overeenkwamen met de te vorderen facturen, was er voor de gerechtsdeurwaarder geen reden om te twijfelen aan de juistheid van betreffende B.V. Het lag op de weg van klaagster om zich bij de kantonrechter te verweren indien zij het niet eens was met de dagvaarding, dan wel verzet in te stellen tegen het verstekvonnis. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het verstekvonnis te executeren. Klacht ongegrond.
De gerechtsdeurwaarder is niet voldoende zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening geweest en heeft klaagster niet bijtijds geïnformeerd dat zij onvoldoende bewijs had aangeleverd om haar vordering te onderbouwen bij de kantonrechter. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.
Beslissing op verzet. Verzet gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: waarschuwing. Van een (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij (zelf) in de gaten houdt wanneer zijn legitimatiebewijs verloopt, een en ander in aansluiting op artikel 3.5 lid 1 van de Gerechtsdeurwaardersverordening.
Klacht ongegrond. Tegen de tenuitvoerlegging van het vonnis kon klager opkomen door een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geëigende weg.
| Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft onder meer bij exploot van 29 augustus 2024 (tevens) bevel gedaan en heeft dit gedaan op grond van een afschrift, terwijl dit op grond van een grosse had moeten zijn. Volgens de gerechtsdeurwaarder is sprake van een menselijke vergissing geweest. Nu het hier om een kerntaak van een gerechtsdeurwaarder gaat vindt de kamer dit tuchtrechtelijk laakbaar (ook al betreft het een menselijke vergissing). Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder in weerwil van artikel 3.5 van de gerechtsdeurwaardersverordening klaagster niet zodanig geïnformeerd dat zij haar rechtspositie ten opzichte van de vordering, kon evalueren. |
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Te laat gereageerd op correspondentie van klager en tekort geschoten in de communicatie.
Beslissing op verzet. Verzet gegrond en klacht gegrond. Maatregel: berisping. Ten aanzien van het in verzet onder b. aangevoerde heeft de gerechtsdeurwaarder betwist dat een verband zou bestaan tussen het tijdstip van het opnieuw gelegde beslag en het innen van het (gehele) vakantiegeld. In dit verband is de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid gesteld uit te leggen hoe de berekening van de beslagvrije voet (gedurende de afgelopen periode) tot stand is gekomen. Daaruit volgt dat de gerechtsdeurwaarder de daartoe geldende regelgeving onjuist toepast wat tot benadeling van schuldenaren kan leiden. De standaardbrieven die de gerechtsdeurwaarder naar de werkgever van in dit geval klaagster heeft doen uitgaan, waarin zonder voorbehoud aanspraak wordt gemaakt op onkostenvergoeding, overuren en vakantiegeld, terwijl de 95% regeling van toepassing is, zijn daar een concreet voorbeeld van. Onbelaste vergoedingen vallen nooit onder het beslag. Dit is voor de kamer aanleiding om, ondanks dat zij niet gaat over het vaststellen van de juiste beslagvrije voet, de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder in dit geval wel tuchtrechtelijk laakbaar te oordelen. Dat sprake is geweest van ‘bewuste’ omzeiling van de beslagvrije volgt overigens niet uit het dossier.
Klacht gegrond. Maatregel: ontzetting uit het ambt en de termijn waarbinnen de gerechtsdeurwaarder niet tot waarnemer kan worden benoemd of aan een gerechtsdeurwaarder kan worden toegevoegd wordt bepaald op vijf jaren. De kamer overweegt daartoe als volgt. Door de eigen (financiële) belangen langdurig en stelselmatig te laten prevaleren boven de belangen van anderen wiens belangen juist ook aan de gerechtsdeurwaarder zijn toevertrouwd, heeft de gerechtsdeurwaarder niet integer gehandeld. De gerechtsdeurwaarder heeft gelden opgenomen van de derdengeldenrekening en daarbij het BFT meerdere jaren misleidt door hen te laten geloven dat de bewaarpositie positief was. Ook ten aanzien van zijn ambtelijk handelen, hetgeen de toegevoegd-gerechtsdeurwaarder toevertrouwd is, heeft de gerechtsdeurwaarder beslissingen genomen en uitgevoerd die fout zijn, wat maakt dat de kamer twijfelt aan de geschiktheid van de gerechtsdeurwaarder als toegevoegd-gerechtsdeurwaarder.