Schuldenwijzer is een platform dat mensen met schulden een eenvoudig, beveiligd en online inzicht geeft van de eigen schulden en daarbij horende informatie.
Juridisch nieuws
Gebleken is dat klaagster de vordering via Klarna zou voldoen. Klarna heeft niet betaald aan de schuldeiser. Het is en blijft echter de verantwoordelijkheid van klaagster dat de vordering van de schuldeiser wordt voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de schuldeiser klaagster een aanmaning verstuurd om de vordering te voldoen. De gerechtsdeurwaarder mocht dit doen, want de vordering was immers niet betaald. Het geschil dat klaagster heeft is derhalve met Klarna. Niet gebleken is dus dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door de klaagster een aanmaning te versturen.
De gerechtsdeurwaarder heeft berichten van schuldhulp verkeerd gelezen en daardoor niet beantwoord. In diezelfde periode zijn er ook berichten van klaagster ontvangen. De gerechtsdeurwaarder had met deze berichten de fout kunnen ontdekken, maar dat is niet gebeurd. Vervolgens is er beslag gelegd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder verklaart dat dit beslag ook gelegd zou zijn als de berichten zouden zijn gelezen, past dit de gerechtsdeurwaarder niet en doet dit handelen richting klaagster en de schuldhulpverlener afbreuk aan het aanzien van het ambt. Maatregel van berisping opgelegd.
Klager heeft gesteld dat hij een maandelijks een specificatie van de openstaande schuld wenst te ontvangen. De gerechtsdeurwaarder is daartoe niet gehouden.
De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat bij niet betaling het CJIB de politie opdracht kan geven tot gijzeling van klager en/of inbeslagname van klagers auto en rijbewijs. Deze maatregelen kunnen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften worden genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager te wijzen op bovengenoemde maatregelen.
| Vanwege het gezag dat een gerechtsdeurwaarder uitstraalt is het belangrijk dat als de gerechtsdeurwaarder een sommatie exploot stuurt in een fase waarin nog geen executoriale titel voorhanden is, hij duidelijk maakt dat de vordering betwist kan worden. Dit om te voorkomen dat de schuldenaar uit het optreden van de gerechtsdeurwaarder afleidt dat het niet een enkele aanspraak van een schuldeiser is, maar dat hij verplicht is de vordering te betalen. |
Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder, zonder bewijs, stelt dat klager op 25 november 2024 verzocht heeft om een inhouding van € 500 per week. De omstandigheden van het geval maken het aannemelijk dat daarvan sprake is geweest. Er is op die dag contact geweest op initiatief van klager, klager heeft in een eerder geval ook al eens een verzoek gedaan tot beperking van een gelegd derdenbeslag, maar toen voor een hoger bedrag per. Verder neemt de kamer in overweging dat het beperken van het beslag primair in het belang van klager is niet in het belang van de executant. Het had de gerechtsdeurwaarder niet misstaan om deze afspraak richting klager schriftelijk te bevestigen, maar dat nalaten levert geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat samengevat over dat er sprake is van schending van de zorgplicht in de precontractuele fase. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds duidelijk met klager gecommuniceerd. Klager heeft uiteindelijk besloten een andere gerechtsdeurwaarder in te schakelen. Dat de gerechtsdeurwaarder de zaak vervolgens als afgedaan heeft beschouwd en heeft aangegeven niet verder met klager te communiceren vanwege het ontbreken van belang, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag te leggen op twee voertuigen waarbij de dagwaarde van de auto gelijk is aan de sloopwaarde ad € 200. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de waarde van de auto van klager. Hieruit is voor vergelijkbare auto’s waardes van € 1.490,- en € 2.300,- gekomen. Klager heeft niet aangetoond dat zijn auto slechts een (sloop)waarde van € 200,- zou hebben De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
Klacht tegen gerechtsdeurwaarders. Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Artikel 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod. Hoger beroep afgewezen.