Van uitzondering naar structurele toepassing
Tegelijk zien wij dat het karakter van de regeling verandert wanneer nul niet langer incidenteel wordt toegepast, maar structureel. Dan gaat het niet alleen om individuele draagkracht, maar ook om de inrichting van het stelsel. Een regeling waarin een schuldeiser niets ontvangt, betekent dat het financiële verlies volledig bij die schuldeiser terechtkomt. De schuld verdwijnt daarmee niet uit het systeem, maar verschuift.
Achter een vordering zit meestal een ondernemer of een organisatie die heeft geleverd. Voor een individuele afschrijving is binnen een onderneming vaak ruimte. Wanneer dit patroon zich vaker voordoet als gevolg van beleid, wordt het risico geconcentreerd bij dezelfde partijen. Dat raakt aan het rechtsgevoel van ondernemers en aan de bereidheid om mee te werken aan regelingen.
De rol van de gerechtsdeurwaarder
Gerechtsdeurwaarders bevinden zich in het midden van deze praktijk. Zij zien de situaties waarin mensen vastlopen en waarin rust nodig is. Zij spreken ook schuldeisers die willen begrijpen waarom er geen uitkering volgt en welke inspanning daartegenover staat. Die signalen komen niet uit één dossier. Ze komen breder uit de praktijk.
De position paper van VNO-NCW en MKB-Nederland over de ontwikkeling van de 5%-regeling naar 0%-aanbiedingen benoemt deze verschuiving expliciet. De oproep om kritisch te kijken naar het structureel toepassen van nulaanbiedingen sluit aan bij wat wij in de uitvoering terugzien.
Zorgvuldigheid en evenwicht
Schuldenaanpak vraagt om bescherming van mensen die geen ruimte hebben. Dat vraagt tegelijk om duidelijke criteria, herijking van draagkracht gedurende het traject en zicht op duurzame uitkomsten. Wanneer nul wordt toegepast, moet helder zijn waarom dat in dat specifieke geval gerechtvaardigd is en welke inspanningen daarbij horen.
Een stelsel kan alleen functioneren als verantwoordelijkheden in evenwicht blijven. Als oplossingen aan het einde van de keten structureel leiden tot verlies bij dezelfde partijen, ontstaat spanning in dat evenwicht. De vraag is niet of mensen geholpen moeten worden, maar hoe dat gebeurt zonder dat het risico ongemerkt wordt doorgeschoven.
Dat gesprek verdient zorgvuldigheid en openheid.