De wet gaat ervan uit dat wordt afgelost naar draagkracht. De 5%-norm is daarbij de basis. Nul is bedoeld voor situaties waarin iemand geen aflosruimte heeft. Dat kan voorkomen. Er zijn mensen voor wie de schuldenlast groot is en het inkomen beperkt, waardoor er op dat moment niets te verdelen valt. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen structureel en tijdelijk ontbreken van draagkracht. Als iemand blijvend geen ruimte heeft om bij te dragen, kan nul passend zijn. Maar als er perspectief is op verbetering van inkomen of situatie, ligt het voor de hand om te kijken of en wanneer alsnog kan worden afgelost. Dat vraagt om maatwerk.
Wanneer nul structureel onderdeel wordt van reguliere trajecten, verandert de aard van de regeling. Het verlies komt dan volledig bij schuldeisers te liggen. De schuld verdwijnt niet uit het systeem, maar wordt afgeschreven. Het financiële risico verschuift daarmee eenzijdig.
Daarom moet helder zijn wanneer nul wordt toegepast en waarom. Draagkracht moet gedurende het traject opnieuw kunnen worden beoordeeld als omstandigheden veranderen. En schuldhulp moet niet alleen gericht zijn op kwijtschelding, maar ook op begeleiding en vroegtijdige signalering om terugval te voorkomen.
Gerechtsdeurwaarders staan tussen mensen met schulden en schuldeisers in. Zij zien wat schulden met mensen doen. Zij spreken ook schuldeisers die willen begrijpen wat er met hun vordering gebeurt. Vanuit die positie vinden wij het nodig om deze ontwikkeling te benoemen. Hulp aan wie het nodig heeft is essentieel. Tegelijk moet het systeem zorgvuldig en uitvoerbaar blijven.
Q&A
1. Vindt de KBvG dat 0%-regelingen te vaak worden toegepast?
Wij zien dat nul in een aanzienlijk deel van de regelingen voorkomt. Als een uitzondering zo vaak wordt gebruikt, is het logisch om te kijken of het uitgangspunt nog klopt. De 5%-norm is de basis; nul is bedoeld voor situaties waarin echt geen aflosruimte bestaat.
2. Wat betekent de 5%-norm volgens de KBvG?
De 5%-norm is het wettelijke vertrekpunt. Eerst wordt gekeken wat iemand naar draagkracht kan bijdragen. Alleen als iemand aantoonbaar geen ruimte heeft, kan nul passend zijn.
3. Wanneer is een nulaanbod volgens de KBvG gerechtvaardigd?
Wanneer iemand structureel geen afloscapaciteit heeft. Dan valt er niets te verdelen en kan nul passend zijn.
4. En als er tijdelijk geen aflosruimte is?
Dan is het belangrijk om vooruit te kijken. Als er perspectief is op verbetering van inkomen of situatie, moet ruimte bestaan om draagkracht opnieuw te beoordelen. Het systeem moet onderscheid maken tussen blijvende en tijdelijke situaties.
5. Waarom is het een probleem als nul vaker voorkomt?
Omdat dan het uitgangspunt verschuift. Als in veel regelingen niets wordt afgelost, komt het verlies volledig bij schuldeisers te liggen. De schuld wordt afgeschreven en het financiële risico verschuift eenzijdig.
6. Heeft de KBvG oog voor mensen die echt niet kunnen betalen?
Ja. Gerechtsdeurwaarders zien hoe zwaar schulden kunnen drukken. Sommige mensen hebben geen enkele aflosruimte. In die gevallen kan nul terecht zijn.
7. Wat moet er volgens de KBvG gebeuren?
Duidelijk maken wanneer nul wordt toegepast en waarom. Onderscheid maken tussen structureel en tijdelijk ontbreken van draagkracht. En gedurende het traject blijven kijken naar veranderingen in inkomen of situatie.
8. Wat bedoelt de KBvG met balans in het systeem?
Dat verantwoordelijkheden niet eenzijdig verschuiven. Mensen die niet kunnen betalen moeten worden beschermd. Tegelijk moet helder blijven hoe risico’s worden verdeeld.