Werken aan weerbaarheid in een veranderende praktijk
Digitalisering maakt ons werk sneller en beter georganiseerd. Tegelijk verandert de omgeving waarin gerechtsdeurwaarders werken. Dat zie ik terug in twee lijnen die steeds dichter bij elkaar komen: fysieke veiligheid en digitale veiligheid. Beide vragen om aandacht in de dagelijkse praktijk.
Fysieke weerbaarheid: wat we tot dusver hebben gedaan
De afgelopen periode hebben we als KBvG ingezet op het versterken van de fysieke weerbaarheid. Aanleiding was een meting in 2024, waaruit bleek dat er behoefte is aan meer houvast in situaties met spanning of agressie. Dat heeft geleid tot een samenhangend pakket aan maatregelen. We hebben een weerbaarheidscoördinator aangesteld. Die zorgt voor continuïteit, fungeert als aanspreekpunt en helpt bij vragen uit de praktijk. Daarnaast zijn trainingen ontwikkeld die gericht zijn op vaardigheden en handelingsperspectief. Dat betekent: weten wat je kunt doen, op het moment dat het nodig is.
Ook is er een praktische stap gezet met een leveranciersgids voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarmee wordt het eenvoudiger om passende middelen te vinden. Om het gebruik te ondersteunen is een financiële bijdrage beschikbaar gesteld. Verder is er ruimte voor individuele ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van advies, een vertrouwenspersoonrol of een veiligheidsscan op locatie. Dat geheel helpt om weerbaarheid niet als los onderwerp te zien, maar als onderdeel van het dagelijks werk.
Wat mij opvalt, is dat deze aanpak werkt omdat hij concreet is. Het gaat niet om algemene richtlijnen, maar om toepasbare ondersteuning. Gerechtsdeurwaarders en medewerkers kunnen hier direct mee aan de slag. Dat past bij het ambt: we werken in situaties die soms onvoorspelbaar zijn, dus voorbereiding moet praktisch zijn.
Cyber weerbaarheid: wat we gaan doen
Tegelijk zie ik een tweede ontwikkeling die steeds meer aandacht vraagt: cyberweerbaarheid. Door verdere digitalisering worden processen afhankelijker van systemen en gegevensuitwisseling. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee. In de sector is nog niet overal duidelijk waar die kwetsbaarheden zitten en hoe daarop te handelen bij een incident.
De verantwoordelijkheid voor informatiebeveiliging en incidentrespons ligt bij de kantoren zelf. Zonder onderlinge afstemming blijft het lastig om een volledig beeld te krijgen. Daarom willen we werken aan een meer gezamenlijke aanpak. Denk aan het inrichten van een centraal meldpunt, het delen van kennis en het opstellen van basisdocumenten zoals continuïteitsplannen en incidentprotocollen. Dat zijn praktische hulpmiddelen die kantoren direct kunnen gebruiken.
Voor 2026 staat onder meer een nulmeting gepland. Daarmee brengen we in kaart hoe het staat met de volwassenheid van cyberweerbaarheid binnen kantoren en in de keten. Ook kijken we naar kritieke processen en afhankelijkheden, bijvoorbeeld van IT-leveranciers. Dit helpt om gerichter prioriteiten te stellen. Daarnaast wordt gewerkt aan een coördinator voor cyberweerbaarheid, met taken die lijken op een CSIRT, een team dat helpt bij het signaleren en afhandelen van beveiligingsincidenten. Ook dit is bedoeld om ondersteuning dicht bij de praktijk te organiseren.
Van initiatief naar aanpak
Als ik beide lijnen naast elkaar leg, zie ik dezelfde beweging. We gaan van bewustwording naar concrete ondersteuning. Van losse initiatieven naar een samenhangende aanpak. Dat geldt voor fysieke weerbaarheid en voor digitale veiligheid.
Voor de komende periode ligt de nadruk op voortzetten en verdiepen. De basis is gelegd. Nu gaat het erom dat maatregelen gebruikt worden en dat kennis gedeeld blijft. We blijven luisteren naar signalen uit de praktijk en passen daarop aan. Zo zorgen we dat weerbaarheid geen project is, maar een vast onderdeel van het werk.