De eerste maanden: kennismaken en verdiepen
Mijn eerste halfjaar als bestuurslid zit er bijna op. Het was leerzaam en soms ook intensiever dan ik vooraf had verwacht. Mijn eerste optreden was direct een bijzonder moment: de diploma-uitreiking op Hogeschool Utrecht. Daar zag ik nieuwe collega’s hun opleiding afronden en hun eerste stappen in het ambt zetten. Dat benadrukte voor mij hoe belangrijk opleiding en begeleiding zijn voor de toekomst van onze beroepsgroep. In de maanden daarna heb ik uitgebreid kennisgemaakt met het bureau in Den Haag en met verschillende ketenpartners. Denk aan SNG op het gebied van digitalisering en gegevensuitwisseling, maar ook aan vertegenwoordigers van ministeries en toezichthouders. Je merkt dat iedereen vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid naar dezelfde vraagstukken kijkt. Dat maakt overleg soms complex, maar ook waardevol.
Wat mij helpt, is dat ik mijn bestuurswerk combineer met de dagelijkse praktijk. Ik sta nog steeds aan de deur en behandel dossiers. Daardoor zie ik direct wat nieuwe regels, afspraken of kwaliteitsnormen betekenen in een concreet geval. Die wisselwerking ervaar ik als verrijkend.
De kwaliteitstoets in 2026: begin op tijd
Binnen mijn portefeuille staat in 2026 voor meerdere kantoren opnieuw de kwaliteitstoets op de agenda. De KBvG is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze kwaliteitstoets bij haar leden. Sinds enkele jaren vindt de externe toets eens per drie jaar plaats, met daartussen een verplichte zelfevaluatie.
De kwaliteitstoets is bedoeld om te beoordelen of kantoren werken volgens de vastgestelde kwaliteitsnormen en of die naleving goed is geborgd in de organisatie. Een auditor voert de toets uit en kijkt niet alleen naar wat er op papier staat, maar ook naar de werking in de praktijk. Het gaat dus niet alleen om protocollen, maar om de vraag of processen daadwerkelijk worden gevolgd in het dossier.
Voorafgaand aan de toets voert het kantoor een zelfevaluatie uit. Die zelfevaluatie is een hulpmiddel om zelf kritisch te kijken naar de organisatie, de dossiervorming en de interne controles. In de periode tussen twee toetsingen moet deze evaluatie bovendien worden bijgewerkt. Voor kantoren die in 2026 aan de beurt zijn, heb ik vooral een praktische tip: begin er op tijd mee. Zorg dat kwaliteit geen project is dat pas start als de auditor zich aankondigt, maar iets waar je het hele jaar aandacht voor hebt. Dat werkt rustiger en het geeft meer overzicht.
De uitkomst van de toets kan natuurlijk verschillen. Soms is die gewoon positief, soms zijn er aandachtspunten. Uiteindelijk draait het niet om het oordeel op zichzelf, maar om de vraag of je organisatie op orde is. Daar hebben wij als beroepsgroep belang bij, en vooral ook de mensen voor wie wij ons werk doen.
Leren stopt niet na het diploma
Kwaliteit zit niet alleen in processen, maar ook in mensen. Opleiding stopt daarom niet bij het behalen van het diploma. Iedere gerechtsdeurwaarder heeft een verplichting tot permanente educatie, vaak afgekort als PE. Dat betekent dat binnen een bepaalde periode een vastgesteld aantal opleidingspunten moet worden behaald en geregistreerd.
Dit jaar loopt er opnieuw een termijn af. Het is daarom verstandig om tijdig te controleren of het vereiste aantal punten is behaald en correct is verwerkt in het systeem. Daarmee voorkom je onnodige discussies of herstelacties aan het einde van de periode.
Voor mij is permanente educatie meer dan een verplichting. Wetgeving verandert, digitale ontwikkelingen volgen elkaar snel op en maatschappelijke vraagstukken rond schulden worden complexer. Bijblijven is nodig om het werk zorgvuldig te blijven doen.
Binnen het bestuur kijken we ook naar de inhoud en kwaliteit van het aanbod. Sluit het aan bij de dagelijkse praktijk? Biedt het verdieping op onderwerpen die nu spelen? Het doel is dat scholing daadwerkelijk bijdraagt aan beter werk, niet alleen aan het behalen van punten.
Vooruitblik
Mijn eerste maanden in het bestuur hebben mij vooral laten zien hoeveel werk er achter de schermen wordt verzet en hoe belangrijk het is om kwaliteit en opleiding concreet en uitvoerbaar te houden. Regels en normen moeten duidelijk zijn, maar ook werkbaar voor kantoren van verschillende omvang.
In 2026 staan belangrijke momenten voor de deur: kwaliteitstoetsen, verdere ontwikkeling van het PE-systeem en gesprekken over de toekomst van het vak. Daarbij wil ik steeds de praktijk als uitgangspunt nemen. Wat betekent een norm in een dossier? Wat vraagt een nieuwe verplichting van een kantoor?
Als we die vragen blijven stellen, blijven kwaliteit en vakbekwaamheid stevig verankerd in ons werk. Daar wil ik mij de komende jaren voor inzetten.