Wat betekent dit voor ons werk?
Op 30 september spreekt de Tweede Kamer tijdens het commissiedebat Armoede- en Schuldenbeleid opnieuw over de aanpak van problematische schulden. De zorgplicht en het collectief afbetalingsplan (CAP) zijn onderwerpen waar de komende tijd verder over wordt gesproken.
Binnen mijn portefeuille houd ik mij bezig met de ontwikkeling van het ambt richting 2035. Digitalisering speelt daarin een grote rol. We kijken ook naar de manier waarop het werk van de gerechtsdeurwaarder verandert. Nieuwe taken en werkwijzen horen daarbij. Vanuit die invalshoek volg ik ook de ontwikkelingen rond zorgplicht en CAP.
Als er iets verandert in de rol of werkwijze van de gerechtsdeurwaarder, wil je vooraf weten hoe dat in de praktijk uitpakt. Welke situaties komen collega’s tegen? Waar ontstaan vragen? En zijn nieuwe afspraken goed uit te voeren?
De hele keten bekijken
De afgelopen periode hebben we verschillende ideeën rond zorgplicht en CAP besproken met een klankbordgroep van gerechtsdeurwaarders. We wilden horen hoe collega’s vanuit hun dagelijkse werk naar de mogelijke uitwerking kijken.
Een duidelijke uitkomst van die gesprekken is dat we de hele keten moeten bekijken. Als een gerechtsdeurwaarder bijvoorbeeld eerder signaleert dat iemand hulp nodig heeft, is ook van belang wat daarna gebeurt. De opvolging door bijvoorbeeld een gemeente of schuldhulpverlener moet daar goed op aansluiten. Een efficiënte werkwijze bij de gerechtsdeurwaarder heeft weinig effect als iemand verderop in het proces alsnog uitvalt. Daarom moeten de verschillende stappen goed op elkaar aansluiten. Dat nemen we mee in de verdere uitwerking.
Duidelijke regels voor de praktijk
De klankbordgroep heeft ook gesproken over situaties die bij een CAP kunnen ontstaan. Wat gebeurt er als iemand tijdens het traject nieuwe schulden krijgt? Hoe wordt de beschikbare aflosruimte verdeeld? Wanneer stopt een CAP? En wat gebeurt er als de situatie tijdens het traject verandert?
Het bleek lastig om voor iedere situatie vooraf een concrete grens aan te geven. Vanuit de groep kwam wel duidelijk de behoefte aan heldere regels en voorwaarden. Gerechtsdeurwaarders moeten weten wanneer een regeling geldt en wat er in verschillende situaties van hen wordt verwacht.
Voor mij hoort dat bij het nadenken over het werk van de toekomst. Een nieuwe taak of werkwijze moet passen bij wat een gerechtsdeurwaarder in de praktijk tegenkomt. Door collega’s al tijdens de uitwerking te betrekken, krijgen we beter zicht op de vragen die daarbij spelen.
Verder met de uitwerking
De komende maanden blijft de aanpak van problematische schulden op de politieke agenda staan. Het commissiedebat van 30 september is daar een van de momenten voor. Binnen de KBvG werken we verder aan de ideeën rond zorgplicht en CAP en nemen we de inbreng van de klankbordgroep daarin mee.
Veel onderdelen zijn nog in ontwikkeling. We volgen de politieke discussie en houden de beroepsgroep op de hoogte van de verdere uitwerking.
Voor mij past dit bij Deurwaarder 2035. We kijken naar hoe het werk zich de komende jaren ontwikkelt en wat gerechtsdeurwaarders daarvoor nodig hebben. Digitalisering is daar een onderdeel van, net als veranderingen in taken en werkwijzen. De gesprekken met collega’s helpen ons om bij die ontwikkeling rekening te houden met de dagelijkse praktijk.