KBvG Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders

Terug naar website  >  Gerechtsdeurwaarders  >  Beslagregister gerechtsdeurwaarders

Beslagregister gerechtsdeurwaarders

Digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders en de Wet bescherming persoonsgegevens

Het Digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders (DBR) is het digitaal systeem voor de inschrijving van de door het bestuur van de KBvG bij Reglement aangewezen beslagen die zijn gelegd door een gerechtsdeurwaarder in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taak als openbaar ambtenaar.

Het DBR heeft ten doel:
1. te voorkomen dat de schuldeiser, in onwetendheid omtrent de beslagpositie van de schuldenaar, proces- en/of executiekosten maakt, althans die kosten zoveel mogelijk te beperken;
2. te bevorderen dat de beslagvrije voet van de schuldenaar op de juiste wijze wordt vastgesteld en toegepast.

Verwerking persoonsgegevens

Het gebruik van het DBR brengt met zich mee dat persoonsgegevens worden verwerkt. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) definieert een persoonsgegeven als: “elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon”. De natuurlijke persoon op wie een persoonsgegeven betrekking heeft, wordt betrokkene genoemd.

Verwerken is een zeer ruim begrip. De Wbp omschrijft het als: “elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens”.

Persoonsgegevens kunnen door verschillende personen worden verwerkt. In dat kader is het van belang om vast te stellen wie verantwoordelijke is. Verantwoordelijke is: “de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt”.

De gerechtsdeurwaarder wordt als verantwoordelijke aangemerkt voor de persoonsgegevens die in zijn kantooradministratie zijn opgenomen. Ook in het kader van de verwerking van persoonsgegevens in het DBR is de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijke. Artikel 4 lid 2 Verordening DBR noemt de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk voor de eigen gegevensverwerking, maar ook voor de verdere verwerking van persoonsgegevens die verkregen worden na raadpleging van het DBR, of de verdere verwerking naar aanleiding van een verzoek aan een andere gerechtsdeurwaarder om nadere inlichtingen.


Rechten van betrokkene

De Wbp geeft een betrokkene verschillende rechten. Zo heeft de betrokkene het recht om zich, met redelijke tussenpozen, tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of er, betreffende hem, persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke dient binnen 4 weken schriftelijk te antwoorden (artikel 35 Wbp). Wanneer er persoonsgegevens van een betrokkene verwerkt worden, heeft deze recht op een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.

Aansluitend kan de betrokkene de verantwoordelijke verzoeken de hem betreffende persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt (artikel 36 Wbp).

Om te voorkomen dat een betrokkene verschillende verantwoordelijken moet benaderen, bepaalt artikel 7 lid 1 Reglement DBR dat een betrokkene zich tot elke gerechtsdeurwaarder kan wenden met verzoeken omtrent de verwerking van zijn persoonsgegevens in het DBR als bedoeld in artikel 35 Wbp. Dat betekent dat het kan gebeuren dat een verzoek wordt gericht aan een gerechtsdeurwaarder die zelf geen persoonsgegevens van de betrokkene verwerkt. Hij dient dan echter wel uitvoering te geven aan de verplichtingen als genoemd in artikel 4 lid 4 van de Verordening DBR.

Het is voor een gerechtsdeurwaarder niet mogelijk om zelfstandig (volledig) aan de mededelingsplicht aan de betrokkene te voldoen. Slechts SNG heeft die technische mogelijkheid. In de Verordening DBR is de SNG aangemerkt als bewerker. De Wbp definieert bewerker als: ”degene die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen”. SNG is bewerker voor alle gerechtsdeurwaarders voor zover het de verwerking van persoonsgegevens in het DBR betreft.

De aangezochte gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat SNG de volledige mededeling aan de betrokkene doet. Voor zover het persoonsgegevens betreffen met betrekking tot welke de aangezochte gerechtsdeurwaarder de verantwoordelijke is, vervult hij de zorgplicht derhalve namens zichzelf.

Voor zover het persoonsgegevens betreffen met betrekking tot welke een andere gerechtsdeurwaarder verantwoordelijke is, doet hij dit namens (andere) verantwoordelijke gerechtsdeurwaarders. De aangezochte gerechtsdeurwaarder is telkens gehouden om de identiteit van de betrokkene vast te stellen.

Voor de afhandeling van een verzoek tot mededeling kan de aangezochte gerechtsdeurwaarder van de betrokkene een kostenvergoeding verlangen. De hoogte daarvan is wettelijk vastgesteld (artikel 39 Wbp en het Besluit kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp). Die vergoeding voor de kosten van de mededeling bedraagt € 0,23 per pagina tot een maximumbedrag van € 5,00 voor elke afzonderlijke mededeling. Als de mededeling op een andere gegevensdrager dan papier wordt verstrekt mag een redelijke vergoeding van ten hoogste € 5,00 in rekening worden gebracht.

Verzoeken tot verbetering/aanvulling/verwijdering/afscherming op grond van artikel 36 Wbp

Een (aansluitend) verzoek van een betrokkene als bedoeld in artikel 36 Wbp, dient te worden afgewikkeld door de gerechtsdeurwaarder die die persoonsgegevens heeft ingeschreven in het DBR. Wanneer een betrokkene een dergelijk verzoek aan een andere gerechtsdeurwaarder richt, wijst deze hem daarop. De verantwoordelijke gerechtsdeurwaarder staat vermeld in de door de SNG gedane mededeling.

Stappenplan mbt het ontvangen informatieverzoek:

1. Stel de identiteit van de betrokkene vast: vraag om een scan van een identiteitsbewijs. Hierop moet het BSN zichtbaar zijn. Het is het handigst meteen te vragen naar een scan van de voor- en achterkant. (Bij een rijbewijs, alsmede bij een nieuw paspoort en identiteitskaart staat het BSN nl. op de achterkant, dus is ook een scan van de achterkant nodig.) Zelf een kopie maken kan natuurlijk ook, als de persoon zich persoonlijk op kantoor meldt.
2. Stuur een e-mail naar SNG (mail@sng.nl) met de melding dat u een informatieverzoek m.b.t. het DBR heeft ontvangen (dus nog niet het verzoek zelf).
SNG zal u vervolgens een link sturen waarmee u het informatieverzoek incl. het kopie identiteitsbewijs beveiligd naar SNG kunt toesturen.
3. SNG behandelt het verzoek inhoudelijk en beantwoordt de burger. SNG stuurt het antwoord ook door aan u. Het informatieverzoek is hiermee afgehandeld.