"Ik ben het zat al die brieven!"
Een van de deelnemers aan de pilot was een man van 23 jaar. Er liep ook een vordering bij een andere gerechtsdeurwaarder en hij vertelde dat hij gek werd van de vele brieven die hij ontving. Nadat de gerechtsdeurwaarder had uitgelegd wat schuldhulpverlening inhoudt, bood hij aan om samen een aanvraag in te dienen.
Zijn reactie bleef onveranderd. "Ik wil het zelf doen." Op de vraag waarom hij geen hulp wilde, antwoordde hij: "Ik ben het zat al die brieven!" Veel verder kwam het gesprek niet. Terwijl hij de deur langzaam verder dichttrok, gaf hij aan dat hij zelf contact met de gemeente zou opnemen. De gerechtsdeurwaarder respecteerde die keuze en rondde het huisbezoek af.
"Ik wil het zelf doen" was een reactie die gerechtsdeurwaarders tijdens de pilot vaker hoorden. Voor ongeveer twee derde van de deelnemers die een warme doorverwijzing afwees, was dat de belangrijkste reden.
Waarom zeggen mensen nee?
De gesprekken maakten duidelijk dat mensen niet zomaar nee zeggen. Voor een deel van de deelnemers was het een bewuste keuze om de schulden zelf aan te pakken of zelf contact op te nemen met de gemeente.
Bij anderen speelden beelden over schuldhulpverlening een rol. Zo waren sommige deelnemers bang dat zij de zeggenschap over hun geld zouden verliezen of alleen nog van een klein bedrag per week zouden kunnen leven. Ook leefde het idee dat schuldhulpverlening pas mogelijk is als de schulden verder zijn opgelopen.
Een persoonlijk gesprek kan op dat punt verschil maken. De gerechtsdeurwaarder kan uitleg geven over wat een doorverwijzing inhoudt, vragen beantwoorden en onduidelijkheden wegnemen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat mensen binnen schuldhulpverlening niet automatisch de zeggenschap over hun geld verliezen. Het gesprek helpt om verwachtingen en feiten beter van elkaar te onderscheiden.
Een warme doorverwijzing betekent bovendien niet dat iemand direct een schuldhulpverleningstraject ingaat. Het is een eerste stap naar een gesprek met de gemeente, waarin wordt bekeken welke ondersteuning past bij de situatie. Daarna beslist de deelnemer zelf of hij of zij daarvan gebruik wil maken.
Wanneer iemand wel hulp accepteert
Er waren ook huisbezoeken die een andere wending kregen. Een man vertelde gaandeweg steeds meer over zijn financiële situatie. Tijdens het gesprek groeide het besef dat hij de problemen niet langer alleen hoefde op te lossen.
De gerechtsdeurwaarder beschreef dat moment als volgt: "Hij realiseert zich dat hij het financiële probleem niet langer kan verbergen. Kijkt opgelucht als ik aangeef dat ik hem kan aanmelden met zijn toestemming."
Voor deze deelnemer vormde het huisbezoek het begin van een warme doorverwijzing naar de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Een aanvulling op bestaande hulp
De pilot gaf gerechtsdeurwaarders de ruimte om tijdens een huisbezoek verder te kijken dan de openstaande vordering. Door vragen te stellen en uit te leggen welke hulp beschikbaar is, ontstond een beter beeld van de financiële situatie. Daardoor konden mensen die daarvoor openstonden op een laagdrempelige manier in contact worden gebracht met de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Ook de resultaten van de pilot geven een duidelijk beeld. Bij ongeveer de helft van de mensen met wie de gerechtsdeurwaarder sprak, werd een hulpbehoefte vastgesteld. Ongeveer de helft van hen stemde in met een warme doorverwijzing. Van die groep voerde vervolgens ongeveer één op de twee daadwerkelijk een eerste gesprek met de gemeente. Opvallend is dat bijna de helft vooraf nog niet bekend was bij de gemeentelijke schuldhulpverlening of vroegsignalering. Daarmee laat de pilot zien dat gerechtsdeurwaarders ook in contact komen met mensen die via bestaande routes vaak nog buiten beeld blijven.