Een model dat opnieuw aandacht krijgt
Recent zat ik bij een bijeenkomst van het LOVCK, het overleg van rechters op het gebied van civiel recht en kantonzaken. Een van de onderwerpen was de gemoderniseerde incassodagvaarding. Of, zoals we hem vaak noemen: de moderne dagvaarding. Excuses voor de term.
Het model bestaat inmiddels enkele jaren en is ontwikkeld met onder anderen de Rechtspraak, vertegenwoordigers van de KBvG, Hogeschool Utrecht en maatschappelijke organisaties. Bij de ontwikkeling kreeg leesbaarheid veel aandacht.
Een dagvaarding is het officiële document waarmee iemand wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Daarin staat waarom iemand wordt opgeroepen, wat de andere partij van de rechter vraagt en hoe iemand kan reageren.
In het moderne model staat die informatie duidelijker vooraan. Moeilijke juridische taal is waar mogelijk eenvoudiger gemaakt. Dat lijkt mij een goede gedachte.
Waarom wordt het model zo weinig gebruikt?
In de praktijk zie ik het model nauwelijks terug. Daarvoor worden verschillende redenen genoemd, al hoor je die lang niet altijd hardop.
Een belangrijke reden is de onzekerheid over hoe een rechter naar een nieuwe formulering kijkt. Een dagvaarding moet aan wettelijke eisen voldoen. Als daar iets misgaat, kan dat gevolgen hebben voor de procedure. Het model is samen met mensen uit de Rechtspraak ontwikkeld, maar niemand kan garanderen dat iedere rechter iedere formulering accepteert.
Dat geeft weinig comfort. Als die zekerheid ontbreekt, kiezen gerechtsdeurwaarders en opdrachtgevers al snel voor een model waarvan zij weten dat het werkt. Niemand zit te wachten op vertraging of schade door een nieuw model. Die voorzichtigheid snap ik. Als we nieuwe vormen daarom steeds laten liggen, verandert er alleen weinig.
De lijn van KEI civiel
De opbouw van de moderne dagvaarding doet mij denken aan KEI civiel. Dat was een eerdere poging om civiele procedures eenvoudiger en digitaler te maken.
Een van de ideeën was om de verschillende onderdelen duidelijker van elkaar te scheiden: de inhoud van de vordering, de formele informatie en het deel waarin de gerechtsdeurwaarder vastlegt hoe de dagvaarding is uitgebracht.
In de moderne dagvaarding staat dat laatste, het betekeningsrelaas, aan het einde. Voor mensen die gewend zijn aan de traditionele opbouw is dat even wennen.
Voor de ontvanger heeft deze volgorde een voordeel. Die leest eerst waar de zaak over gaat en wat er van hem of haar wordt verwacht. Dat vind ik zo gek nog niet.
Minder verplichte tekst
Met een andere indeling zijn we er nog niet. De wet schrijft veel informatie voor die in een dagvaarding moet staan. In de loop der jaren zijn daar verschillende verplichte mededelingen bij gekomen.
Sinds 1 januari 2025 geldt bijvoorbeeld het vernieuwde bewijsrecht. Daardoor moet in de dagvaarding extra informatie staan over de manier waarop partijen feiten moeten aanvoeren en betwisten. Voor de ontvanger betekent het opnieuw meer tekst.
Als we verder willen met een begrijpelijkere dagvaarding, zal de wetgever daarom ook naar die verplichte teksten moeten kijken. Welke aanzeggingen zijn nog nodig? Welke informatie helpt de ontvanger echt verder? En welke tekst kan eenvoudiger of misschien vervallen?
Ook in de formulering van de eis valt winst te behalen. Duidelijke taal helpt de ontvanger, zolang precies blijft wat er van de rechter wordt gevraagd.
Hoe nu verder?
De recente bijeenkomst is voor mij een goede aanleiding om dit onderwerp opnieuw te bekijken. Eerst moeten we goed in beeld krijgen waarom het model zo weinig wordt gebruikt. Daarna kunnen we bekijken wat binnen de huidige regels al beter kan en voor welke veranderingen de wetgever nodig is.
Een dagvaarding heeft serieuze juridische gevolgen. Dan moet de inhoud kloppen en moet degene die het document ontvangt zo goed mogelijk begrijpen wat er staat en wat er van hem of haar verwacht wordt. De vraag is hoe we de stap kunnen zetten van de vertrouwde dagvaarding naar een begrijpelijker model, zonder onzekerheid te creëren over de juridische houdbaarheid ervan. Zeker nu er ruimte ontstaat om onderdelen van de dagvaarding anders in te richten, lijkt mij dat een discussie die we als beroepsgroep moeten voeren. Wat kan vandaag al eenvoudiger, met behoud van de juridische zekerheid die nodig is?