KBvG Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders

Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren

Gerechtsdeurwaarderskantoren kunnen net als overige ondernemingen in het juridisch veld, derde-participanten hebben die optreden als verschaffer van kapitaal en andere middelen en als zodanig invloed en zeggenschap in deze kantoren kunnen hebben. Het is in verband met de bijzondere positie van de gerechtsdeurwaarder belangrijk om grenzen te stellen aan de zeggenschap en invloed die deze derde-participanten kunnen hebben in de gerechtsdeurwaarders-onderneming. Voorop dient steeds te staan dat de gerechtsdeurwaarder zijn beroep in onafhankelijkheid uitoefent ten dienste van het algemeen belang. Het vermogen van de gerechtsdeurwaarder tot een onafhankelijke beroepsuitoefening wordt gewaarborgd door zijn opleiding en voorts door het op zijn kantoor- en privévermogen uitgeoefende financiële toezicht en door het feit dat hij aan tuchtrecht is onderworpen.

Dit zijn gewichtige waarborgen. Enige vorm van betrokkenheid van derden bij het gerechtsdeurwaarderskantoor hoeft dan ook niet te worden afgewezen, maar deze dient wel te worden gebonden aan strikte voorwaarden. Voor de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, ook ten opzichte van zijn participant die geen gerechtsdeurwaarder is, moet immers scherp te worden gewaakt. Deze onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder wordt geborgd in verschillende regels, zoals de beroeps- en gedragsregels, de KBvG Normen voor kwaliteit en de verordening die grenzen stelt aan de tariefmodellen van gerechtsdeurwaarders. De Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren is een aanvulling op de regelgeving.