KBvG Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders

Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder

Eén van de belangrijkste regels voor de gerechtsdeurwaarder is dat hij zijn beroep in onafhankelijkheid uitoefent ten dienste van het algemeen belang. Het vermogen van de gerechtsdeurwaarder tot een onafhankelijke beroepsuitoefening wordt gewaarborgd door zijn opleiding, door het op zijn kantoor- en privévermogen uitgeoefende toezicht en door het feit dat hij aan tuchtrecht is onderworpen. Artikel 2 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders geeft al aan dat de gerechtsdeurwaarder zijn beroep zodanig moet uitoefenen dat zijn onafhankelijkheid en ambtelijke onpartijdigheid niet in gevaar komen. De Verordening onafhankelijkheid geeft hier nadere invulling aan door voorwaarden te stellen aan betrokkenheid van derden bij gerechtsdeurwaarderskantoren. Betrokkenheid van opdrachtgevers is niet toegestaan. Betrokkenheid van derden die geen opdrachtgever zijn van dat betreffende gerechtsdeurwaarderskantoor is toegestaan, maar moet wel aan strenge eisen voldoen.