KBvG Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders

Toezicht en tuchtrecht

Toezicht

Toezicht wordt omschreven als de controle op naleving van wettelijke voorschriften zoals wetgeving in formele zin en in verordeningen vastgelegde beroeps- en gedragsregels. Toezicht voorziet er in vroegtijdig normovertredingen te signaleren en waar mogelijk te voorkomen en heeft daarmee tot doel de kwaliteit en integriteit van de beroepsuitoefening te bewaken en te bevorderen.

Het toezicht op gerechtsdeurwaarders ziet met name op verplichtingen betreffende het voeren van de kantoor- en privé-administratie en het aanhouden van een rekening ten behoeve van derdengelden. Het toezicht geschiedt door een externe toezichthouder; het Bureau Financieel Toezicht

 

Tuchtrecht

Zoals hierboven beschreven, is het toezicht erop gericht overtredingen te voorkomen, tuchtrecht komt echter pas aan de orde wanneer er mogelijk een overtreding heeft plaatsgevonden. Ook het tuchtrecht draagt daarmee bij aan de bewaking en bevordering van de kwaliteit van de beroepsgroep. Niet alleen heeft het een corrigerend effect in geval van gebleken normschendingen, ook bevordert het de waakzaamheid van beroepsbeoefenaren bij het voorkomen van normschendend gedrag.

De instantie belast met tuchtrechtspraak in eerste aanleg is de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. De tuchtrechtspraak in hoger beroep wordt uitgeoefend door het gerechtshof Amsterdam.